U bent hier

Wonen en werken in Indonesië

Tien jaar geleden leerde Stefaan in België zijn vrouw kennen: een Indonesische die hier haar master behaalde. Ondanks verwoede pogingen om werk te vinden met haar diploma, lukte het niet. Het feit dat ze geen ervaring had en weinig Nederlands sprak, deed haar de das om. Stefaan: “Zij wilde terug naar Indonesië om haar carrière te lanceren en was overtuigd dat ik er ook een job als leerkracht zou vinden. Om eerlijk te zijn: het was niet mijn droom.”

Stefaan (40):  “De bedoeling was om naar Jakarta te verhuizen, want dat is het economische centrum van Indonesië.  Ik was zelf al twee keer in Jakarta geweest en stond niet te springen om daar te gaan wonen. Jakarta is een betonnen woestijn. De parelwitte stranden waar Indonesië om bekend staat, vind je daar in de verste verte niet. 

Daarnaast was ik al enkele jaren aan het werk in de privé-sector en wou ik niet meer als leerkracht werken. Probleem was alleen dat het mij op dat moment professioneel ook niet voor de wind ging. Ik was op zoek naar een nieuwe uitdaging en dat vlotte niet. 

Ik vond dat ik -gezien de omstandigheden- mijn afwijzing om te verhuizen niet langer kon verantwoorden. Als ik niet uit mijn comfortzone wou komen om mijn vrouw gelukkig te maken, welk signaal gaf ik dan eigenlijk?

Om m’n goede wil te tonen, besloot ik te solliciteren naar een job als leerkracht in Indonesië. Ik verwachtte eigenlijk geen reactie. Het rekruteringsseizoen voor internationale scholen was al voorbij, en Engels is mijn moedertaal niet. Maar tegen m’n verwachting in kreeg ik snel een aanbieding. 

We hebben dan op anderhalve maand alles moeten regelen: huur opzeggen, visum in orde brengen, meubels -onder de prijs- verkopen… Maar het is wonderwel gelukt. Alsof het zo moest zijn. 

Klanten werven

Ik werkte er als leerkracht Engels in een internationale school. Het was dag en nacht verschil met lesgeven in België. 

De school functioneerde als een bedrijf. Ouders zijn klanten die moeten overtuigd worden van wat je te bieden hebt. Als je weet dat het jaarlijkse inschrijvingsgeld 15.000 tot 20.000 dollar kost, dan begrijp je ook waarom. 

We stonden met twee leerkrachten in de klas: een buitenlander en een Indonesiër. De wet zegt namelijk dat maar 10 procent van het personeelsbestand expat mag zijn. Een deel wordt opgevangen door poetspersoneel en dergelijke, maar deze school zette ook in op inheemse leerkrachten. 

Op zich was dat wel fijn. Ik kon er gericht lesgeven aan kleine groepen en mijn leerlingen beter opvolgen. Handig, want we moesten dagelijks rapporteren aan de ouders hoe hun kind het deed. 

Al m’n leermateriaal heb ik zelf moeten uitwerken. Dat vond ik in het begin wel zwaar. Na verloop van tijd bleek dit echter een zegen. Ik heb me er heel hard in kunnen uitleven en merkte dat ik er een betere leerkracht van werd. 

Scholendorp

We woonden in een appartement op het schoolcomplex zelf. Het complex bestond uit twee woontorens en een office-toren. 

De school was in een van de torens gevestigd. De turnzaal en de bib bestreken elk bijna een volledige verdieping. Een speelplaats was er niet. Pauzes werden of in de turnzaal of in de bib gespendeerd. 

We leefden er heel comfortabel, in de zin dat we een huishoudhulp hadden die bij ons inwoonde. Dat is heel goedkoop en gewoon in Indonesië. Het maakte dat we ons konden focussen op onze job en dat we kwali-tijd met onze dochter konden spenderen. 

Ook qua accommodatie was het dik in orde: het appartement was klein, maar voorzien van alles. En we konden gebruik maken van de gemeenschappelijke fitness en zwembad. 

Ja-knikken

Wat best confronterend was, waren de culturele verschillen. Indonesiërs gaan elke confrontatie uit de weg. Ze knikken altijd ja, zelfs al zijn ze het niet eens. 

Ook het management sprak geen heldere taal. Als ik een mail stuurde met een vraag en ze reageerden niet, dan wilde dit niet zeggen dat ze m’n vraag nog niet hadden bekeken. 

Geen reactie betekende ‘nee’, maar zonder dat ze het expliciet hoefden te zeggen. Dat was wennen.

Wat nog? Het openbaar leven speelt zich voornamelijk af in de shopping malls, ginder ook shopping towns genoemd. Gigantische winkelcentra waar ook veel restaurants zijn. 

We gingen bijna elke dag eten. Het eten is er goedkoop en je hebt er ontzettend veel keuze. Per shopping town heb je al snel meer dan honderd restaurants. En binnen de 5 kilometer van waar we woonden waren er verschillende shopping towns. Je kan al denken...

Indoor

Alles gebeurt indoor. Weinig mensen begeven zich vrijwillig buiten. Daar is het veel te warm voor. Er is zelfs geen deftig voetpad, want niemand gaat er te voet. Zelfs al hoeven ze maar een kilometer ver, dan nog nemen ze een taxi. Die zijn goedkoop, en ze hebben airco. 

In het begin ben ik bijna overreden. Toen ik de straat wou oversteken, wenkte de chauffeur met z’n lichten. Ik dacht -zoals bij ons- dat dit wilde zeggen dat ik mocht gaan. Maar in Indonesië betekent dit: ‘Uit de weg, ik kom eraan’. <lacht>

Wat ik het meest gemist heb zijn de seizoenen, of meer bepaald het ontbreken ervan. Na vier en een half jaar, snakte ik naar regen en sneeuw. En verder brood, kaas en wijn. Wijn was er vier keer duurder dan in België. Veel hebben we er niet gedronken. 

Naar huis

We hebben een hele poos gedacht dat we er gingen blijven, maar een aantal factoren bracht ons op andere gedachten. Mijn moeder bleef het moeilijk hebben met onze verhuis, mijn vrouw werd een tweede keer zwanger, en toch kregen we geen groter appartement toegewezen... 

Daarom beslisten we na 4 en een half jaar om terug te keren naar België. Uiteindelijk een goede keuze. De kinderen voelen zich hier helemaal thuis, en intussen hebben we allebei een fijne job. Onze ervaring uit Indonesië loonde. 

En de toekomst? Ik sluit niet uit dat we ooit nog naar het buitenland trekken, maar zeker niet nu. Misschien als de kinderen volwassen zijn en we ons pensioen naderen. Wie weet?

 

E-mail: stefaan.leleu@vdab.be

De school waar Stefaan lesgaf: facebook.com/royalacademy.

 

Elke Duprez

Gepubliceerd in