U bent hier

Bullshitjobs

Zou de wereld er niks van merken als jouw job niet meer bestaat? Word je 8 uur betaald, maar doe je maar een fractie daarvan zinvol werk? Dan heb jij misschien wel een onzinbaan. Tenminste als we David Graeber mogen geloven, auteur van het controversiële boek ‘Bullshit jobs’.

‘Draagt je werk iets zinvol bij aan deze wereld?’ Deze vraag werd in een Brits onderzoek gesteld en maar liefst 37% van de ondervraagden antwoordde ‘nee’. 

Een ander, Amerikaans onderzoek bracht dan weer aan het licht dat de ondervraagden slechts 39% van hun tijd besteden aan hun echte werk. 

De rest van de tijd zijn ze bezig met zinloze vergaderingen, overbodige mails en nutteloze administratieve taken. Dit noemt auteur Graeber de bullshitisering van nuttig werk. 

Hij haalt hierbij het voorbeeld aan van het vele papierwerk waarmee zorgkundigen en politieagenten geconfronteerd worden. Daar kruipt vaak zoveel tijd in terwijl ze ondertussen iets nuttiger zouden kunnen doen.

Beide onderzoeken waren de basis voor Graebers boek en doen hem besluiten dat heel wat jobs in de westerse wereld totaal overbodig zijn. Het gaat hierbij vooral om dienstverlenende jobs, die volgens hem in de loop van vorige eeuw gewoon zijn uitgevonden.

Complottheorie

Het fenomeen van de uitgevonden jobs kennen we al uit de Sovjet-Unie. Daar werden er zoveel jobs verzonnen als nodig om iedereen aan het werk te houden. 

Maar net dat zou in een kapitalistisch systeem niet mogen kunnen. Want het laatste wat een bedrijf wil, is toch om geld uit te geven aan werknemers die ze niet echt nodig hebben?

En toch is dat exact wat gebeurd is volgens Graeber. Hij ziet er zelfs een complot in van de elite. 

Dankzij de technologische vooruitgang en automatisering in de tweede helft van de 20e eeuw zouden veel mensen veel meer tijd moeten hebben om de dingen te doen die ze graag doen. 

Maar uit angst dat grote groepen mensen niets te doen zouden hebben en als reactie op de flowerpower en hippies, vond de elite van de maatschappij functies uit om voor iedereen een werkweek van 40 uur mogelijk te maken. Het grootste deel van die jobs heeft volgens de auteur weinig tot geen maatschappelijk nut.

Ironisch gezien zijn het vaak de bullshitjobs die het meeste geld opleveren en meestal gespaard blijven bij grote ontslagrondes. Het personeel dat het werk daadwerkelijk uitvoert vliegt de laan uit, terwijl de HR-manager met een onduidelijke functie op post blijft.

Jobs als vuilnisophaler, schoonmaker, kinderverzorger en verpleegkundige zijn onderbetaald en hebben weinig aanzien, terwijl de wereld onmiddellijk in de problemen komt mochten zij het werk neerleggen. De vetbetaalde management- en consultancyfuncties daarentegen kunnen volgens Graeber vaak perfect weggenomen worden zonder dat de wereld ze zou missen.

5 soorten

In het boek komen er 5 soorten bullshitjobs aan bod:

  1. Wachters zijn er enkel om iemand anders het gevoel te geven belangrijk te zijn. Denk bijvoorbeeld aan een receptioniste die 3 telefoontjes per dag krijgt, en er eigenlijk alleen zit om het bedrijf een professionelere uitstraling te geven.
  2. Bullebakken zijn er omdat de concurrentie ook bullebakken in dienst heeft. Het gaat hierbij om onder meer bedrijfsjuristen, PR-specialisten en telemarketeers, die op een agressieve manier hun werkgever vertegenwoordigen.
  3. Oplapwerkers moeten ervoor zorgen dat fouten raken opgelost die door andere personeelsleden worden gemaakt. Denk aan webdevelopers die niks anders moeten doen dan slechte code herschrijven of luchthavenpersoneel dat boze klanten moet kalmeren als hun bagage verloren is gegaan.
  4. Afvinkers moeten ervoor zorgen dat hun organisatie ‘voor de vorm’ aan bepaalde eisen voldoen. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om mensen die interne rapporten opstellen, waar vervolgens helemaal niks mee gebeurt.
  5. Opzichters zijn er om andere werknemers in de gaten te houden. Denk hierbij aan overbodig ‘middle management’ dat een team niet nodig heeft om te kunnen functioneren.

Oplossing?

Of je al dan niet een onzinbaan hebt, laat Graeber aan de persoon die de job uitoefent. Als je zelf het gevoel hebt van nut en waarde te zijn, dan is dat ook zo – stelt de auteur. 

Maar veel mensen beseffen volgens hem dat ze zinloos werk doen, en worden daar erg ongelukkig van. Zelfs al worden ze er royaal voor betaald. Het gevolg is een tsunami aan burn-outs.

Graeber pleit er dan ook voor om op een andere manier naar werk te kijken. Niet langer als een doel op zich, maar terug als een methode om iets gedaan te krijgen in onze wereld.

Hij breekt hierbij een lans voor het basisinkomen. Dat kan volgens hem de grootste druk weghalen om geld te verdienen, waardoor het veel aantrekkelijker wordt om betekenisvol werk te doen.

 

Diederik Van Vlem

Gepubliceerd in