U bent hier

Vergeet de werk-privébalans

Volgens neuropsychologe Elke Geraerts is het een utopie om te denken dat je ooit de perfecte werk-privébalans kan bereiken. Door hiernaar te streven, raak je alleen maar meer gestresseerd. Beter is om werk en privé zo goed mogelijk met elkaar te integreren. Een ferme stelling waar we graag het fijne van wilden weten.

Elke was onmiddellijk bereid om mee te werken aan een interview. Ze beantwoordde onze vragen via een whatsapp-audio om 21.02 uur. Hiermee was de toon meteen gezet.

Niet meer van deze tijd

“Het idee dat je werk en privé kan gescheiden houden is niet meer van deze tijd, zeker niet met de communicatiemiddelen van vandaag," aldus Elke. Dat hoeft echter helemaal niet zo negatief te zijn als we vaak denken.

“Ons werk sijpelt door naar ons privéleven -bijvoorbeeld via werkmail op de smartphone- maar het omgekeerde geldt evenzeer. Wie bestelt er op zijn werk nooit eens een pakje bij Zalando of whatsappt al eens niet met vrienden? En hoe handig is dat niet?"

Krampachtige scheiding

Elke ziet op de werkvloer heel wat mensen die gestresseerd raken omdat het hen niet lukt om de ideale balans te vinden tussen werk en privé.

“Ik zou zeggen: stop daarmee. Het is een illusie om te denken dat je een perfect evenwicht kan vinden. Het is veel gezonder om werk én privé met elkaar te integreren. Niemand is gebaat met een krampachtige scheiding tussen de twee. Is het rustig op je werk, doe dan gerust iets privé of ga vroeger naar huis. Maar wees consequent en werk thuis ook eens als dat nodig is."

Uiteraard moet je de gulden middenweg vinden. Elke geeft drie tips die je kunnen helpen. 

1. Doe geen twee dingen tegelijk

Ons brein kan niet multitasken. Je denkt dat je gemakkelijk van de ene taak naar de andere kan switchen, maar dat is niet zo.

Je brein is nog bezig met de vorige taak, waardoor je aandacht voor de nieuwe taak een stuk minder is.

Ben je bijvoorbeeld een nota aan het schrijven en klik je op een mail die binnenkomt? Dan kost dit 40 procent van je productiviteit en duurt het 25 minuten om je focus terug te vinden.

2. Zet je werk en vrije tijd soms eens in de pauzestand

Ben je aan het thuiswerken en komt je vierjarige zoon met een aandachtspanne van drie minuten je wat vragen? Luister dan en help hem op weg. Werk daarna rustig verder.

Is het weekend, maar heb je eigenlijk nog één uur nodig om een taak af te werken? En zou je je -als die taak klaar is- minder gestresseerd zijn en beter kunnen genieten van je weekend?

Doe het gewoon, maar maak wel duidelijke afspraken met je gezin over de duur en de frequentie ervan.

3. Stel je grenzen

Je kan ervoor kiezen om na je werk of tijdens het weekend bereikbaar te zijn, maar je moet wel je grenzen stellen.

Elke: “Als ik bijvoorbeeld thuiskom van mijn werk, is het eerste anderhalf uur heilig. Dan maak ik echt tijd voor mijn kinderen. Het maakt me niet uit wie er belt, ik neem niet op.

Dit is het moment dat ik met mijn kinderen heb voordat ze gaan slapen, het moment dat ik hen zie opgroeien. Dan ben ik even offline, maar ‘onlife’."

Werkgevers met lef

Volgens Elke is er ook een belangrijke rol weggelegd voor werkgevers.

Ze legt uit: “Je moet als werkgever het lef hebben om je medewerkers meer zelf te laten beslissen over de indeling van werk en privé. Uit diverse onderzoeken blijkt dat dit leidt tot meer productief, energiek en loyaal personeel.

Laat hen bijvoorbeeld tijd- en plaatsonafhankelijk werken. Het is absurd dat we met zijn allen ’s ochtends in de file gaan staan, terwijl je ook eerst thuis gefocust kan werken en daarna naar het werk kan gaan.

Dat betekent niet dat je je medewerkers helemaal vrij moet laten. Je kan bijvoorbeeld samen met hen bekijken wanneer er zeker iemand aanwezig moet zijn, en hier afspraken rond maken."

 

Meer over Elke Geraerts: elkegeraerts.com

 

Barbara Peirs

Gepubliceerd in