U bent hier

Veilig op de fiets

Bijna lente! Tijd om je auto rust te gunnen en met je fiets naar het werk te gaan. Wil je zonder brokken aankomen? Met deze zes tips arriveer je veilig en ontspannen op je bestemming.

Tip 1: fris je kennis van de wegcode op

Voor je je fiets van stal haalt, neem je best even de tijd om je kennis van de wegcode op te frissen.

Weet je bijvoorbeeld waar en wanneer je als fietser voorrang hebt, en wanneer niet? Mag je soms door het rood fietsen? En moet je verplicht een helm op?

Spijker je kennis in sneltempo bij:

Tip 2: hou je aan de regels

Door je zelf aan de verkeersregels te houden, inspireer je anderen om hetzelfde te doen. Dat maakt het verkeer veiliger en aangenamer voor iedereen.

Tip 3: neem je plaats in op de baan

Als fietser moet je rechts op de baan rijden, maar dat betekent niet dat je je in een hoekje moet laten drummen!

Als je te rechts fietst, kan je tegen openslaande portieren van geparkeerde auto’s botsen. Door meer naar links te rijden, vermijd je dit.

Bovendien neem je door meer naar links te rijden, beter je plaats in op de baan: zo ben goed zichtbaar -zeker als je ook een fluo hesje draagt- en moeten auto's wel rekening met je houden.

Tip 4: communiceer met andere weggebruikers

  • Sta je op het punt om je voorrang te nemen, moet je een kruispunt over of rij je een rotonde op? Maak oogcontact met de andere bestuurders, fietsers of voetgangers. Pas dan ben je zeker dat ze je gezien hebben en rekening met je kunnen houden.
  • Wil je voetgangers of fietsers passeren? Gebruik je fietsbel, maar bel niet op het laatste nippertje. Dan kunnen mensen alleen nog schrikken. Rinkel liever zo’n 10 à 15 meter vooraf. Zo hebben ze tijd om je op te merken én rustig opzij te gaan.
  • Wil je afslaan of uitwijken naar links of rechts? Steek eerst je linker- of rechterarm uit en wijk dan pas uit. Vind je het te gevaarlijk om je stuur los te laten? Kijk dan duidelijk achterom over je linker- of rechterschouder. Zo zie je of de kust veilig is, en zien anderen dat je iets van plan bent.

Tip 5: wees hoffelijk

Ook met de fiets wil je snel op je bestemming aankomen. Maar dat wil niet zeggen dat je anderen van de baan of het fietspad moet rijden. Blijf hoffelijk. De weg is niet van jou alleen.

Tip 6: rij assertief, maar niet roekeloos

Een gezonde portie assertiviteit is zeker op zijn plaats, maar overdrijf niet. De grens tussen assertiviteit en roekeloosheid is dun, en als fietser ben je kwetsbaar. Roekeloosheid zorgt voor gevaar en frustratie. Bij jezelf en bij anderen.

Merel (41) woont in de rand van Brussel en fietst al 3 jaar naar haar werk in het centrum van de stad. Ze getuigt.

Merel: “Door scha en schande ondervond ik dat naar het werk fietsen iets helemaal anders is dan recreatief fietsen in de natuur.

De gevaren en frustraties liggen overal op de loer: onverwacht openslaande deuren van auto’s, hindernissen op het fietspad, voetgangers die je niet zien omdat ze alleen oog hebben voor hun smartphone, chauffeurs én fietsers die zich niet aan de regels houden…

Met de fiets naar het werk gaan, vergt concentratie. Ik neem echt mijn plaats in op de baan, ik gebruik mijn fietsbel verstandig en ik besef dat ik als fietser heus niet overal voorrang heb.

Ik ben assertief, maar niet overdreven. Ik leg me erbij neer dat ik mijn voorrang soms moet afgeven -voor mijn eigen veiligheid- en maak me daar niet druk om.

Zo blijf ik genieten van het pendelen met de fiets.”

 

Ingrid Van Wanzeele 

Gepubliceerd in