U bent hier

Bedrijfsleider Tim

© Shutterstock

Grote emoties vind je doorgaans niet op onze werkvloer. Het is niet zo dat we na het verkrijgen van de kwartaalcijfers met z’n allen naar een denkbeeldige cornervlag lopen, op onze knieën schuiven en mekaar in de armen vallen. Best wel jammer eigenlijk. Maar we zijn natuurlijk wel oprecht blij als het goed gaat, hoor. Ook de negatieve emoties worden wel beleefd, maar niet uitvergroot. Geen scheldpartijen, grote woorden of slaande deuren. Gelukkig maar. Het zou niet passen bij de stijl van ons huis, bij onze positieve energie.

Een tiental jaren terug laaiden de emoties wel hoog op. Ik reed alleen in de auto op de terugweg van onze allereerste tweedaagse ooit. Die twee dagen worden gevuld met opleidingen, workshops en uiteraard plezante dingen om onze ploeg tot een hecht blok te smeden. Ik heb gevloekt, op mijn stuur geklopt en alles en iedereen, inclusief mezelf, de schuld gegeven. Het leek me een geweldig idee. We trokken naar een mooie locatie waar zelfs de Rode Duivels al eens logeerden. Ons team zou van alles bijleren en er was tijd voor ontspanning. Welverdiende ontspanning, want we werkten hard. Ik zag het helemaal voor me. Van dit initiatief ging ons bedrijf in de toekomst de vruchten plukken.

Het werd dus niet wat ik had verwacht, gedacht en gehoopt. De opleiding was niet de juiste voor onze ploeg en de teambuildingactiviteiten waren eerder kinderachtig. Ook het groepsgevoel leed er onder. Collega’s verkozen de tv op hun kamer boven een groepswandeling. Zucht, diepe zucht! Geen buikschuiver richting hoekschopvlag, maar met het hoofd naar beneden afdruipen.

Gelukkig beslisten we de weken nadien om onze tweedaagse toch een, euh, tweede kans te geven. We dachten nog meer na over locatie, opleidingen en groepsgevoel. Ondertussen zijn we jaren verder en is de tweedaagse een belangrijke en succesvolle pijler geworden, een jaarlijkse afspraak. Het is het moment om de neuzen in dezelfde richting te zetten, om mensen beter te maken in hun job en om een fijne collegiale werksfeer te creëren. Net zoals het in den beginne bedoeld was. Zucht, maar deze keer van opluchting.

Waarom ik in deze periode aan die eerste mislukking terugdacht? Natuurlijk omdat we binnen een paar weken er weer op uit trekken. Maar ook omdat ik vorige week een tentoonstelling over Nederlandstalige muziek bezocht. Ik leerde er dat er van de eerste single van Clouseau, Brandweer, slechts 437 exemplaren werden verkocht. Ook niet direct een voltreffer me dunkt. Misschien dat de broertjes Wauters er op dat moment blij mee waren, maar misschien hadden ze toch ook op meer gehoopt, hebben ze op hun stuur geklopt of toch minstens een paar keer diep gezucht. 

Zowel met Clouseau als met onze tweedaagse is het dus uiteindelijk goed gekomen. Les van de dag is dus dat je een idee waarvan je helemaal overtuigd bent, niet zomaar overboord moet smijten bij de eerste de beste tegenslag. ‘Proberen is leren’ zegt mijn petekind. Ze heeft groot gelijk!

varende boot
© Shutterstock

Buitenstaanders durven weleens te beweren dat ik een makkelijke job heb.

Ze hebben een beetje gelijk want het is natuurlijk zo dat ik geen hersenchirurg ben en ook niet elke dag met hard labeur op mijn knieën vloertegels moet leggen.

Maar… tot daar hun gelijk. Ze denken dat ik een gemakkelijke job heb omdat ik de baas ben die het altijd en overal voor het zeggen heeft en zijn zin kan doen.

Ik kan je vertellen dat dit echt niet het geval is, maar er zijn wel uitzonderingen die de regel bevestigen.

Als Amerikaanse president kan je op Twitter iedereen schofferen, in het rond ‘grabben’ en iedereen die het met je oneens is stante pede ontslaan.

Voetbaltrainers komen ermee weg als ze hun team openlijk op tv afvallen. Winnen doen we samen, maar verliezen, dat is de schuld van de spelers die hun taken niet uitvoeren.

En ooit vertelde een sollicitante me dat ze in haar huidige baas een printer naar haar hoofd slingerde. Ik was er graag bij geweest, gewoon als ramptoerist, maar dit geheel terzijde.

Volgens mij werkt pure top-down-aansturing niet meer.

Het ontzag voor de leidinggevende is veranderd. Net zoals ook de pastoor, leerkracht en politie-agent dit ondervinden.

Als leidinggevende -op wat voor niveau dan ook- heb je niet meer de allesomvattende waarheid in pacht.

De huidige generaties laten van zich horen, gelukkig! Je moet nu als leider volop inzetten op inspraak, overtuigingskracht, overlegmomenten…  

Het kost vaak heel wat energie om mensen mee te nemen in je verhalen, plannen, visie. Temperatuur voelen of uit de tent lokken? Bilaterale gesprekken? Af en toe pas je je tempo aan. Soms moet je ideëen in de ijskast steken… of in de diepvries. Soms moet je ze stapje voor stapje invoeren of toch maar afvoeren of aanpassen.

Vaak is dit de juiste manier. Een team moet inbreng kunnen geven, dat is verrijkend. En er is meestal ook meer dan 1 juiste manier om tot een doel te komen.

Soms kan het frustrerend zijn omdat je als kapitein een koers voor ogen hebt waarvan je denkt dat die de beste is voor je team, afdeling of bedrijf.

Dan is het balanceren tussen inspraak dulden of durven gaan voor je eigen visie. Als het in dat laatste scenario lukt, win je vertrouwen. Mislukt het, dan zit je in de zone van de ‘ziejewel’.

Het is dus niet elke dag makkelijk aan het roer van het schip. Maar het is meestal wel heel plezant!

En als het een dagje minder is, moet ik misschien toch die truc met die printer eens proberen.

wandelen
© Shutterstock

Het was pas tegen het einde van dag twee in Lapland, na ruim 30 wandelkilometers, dat het me begon te dagen. Niemand van ons was ooit op dit pad geweest en toch volgden we gedwee het spoor van diegene voor ons.

We dachten niet na over de snelste, makkelijkste of veiligste passage tussen de keien, rotsen, riviertjes. Gewoon volgen!

Bepaal je als leider zelf het tempo en het pad, dan volgt je team, kuddegewijs, zonder nadenken. Maar zonder ogen op je rug heb je geen zicht of iedereen ‘mee’ is.

En als kwetsbare leider moet je ook beseffen dat je zelf niet altijd de beste oplossing aanreikt. Het is dus essentieel dat iedereen meedenkt.

Loop je achteraan de groep, dan heb je wel zicht op de groep, maar minder invloed op het tempo. Je kan ze fouten laten maken, dat wel. ‘Experience first, label later’, een mooie leerschool.

Maar in het bedrijfsleven heb je niet altijd de ruimte om grandioos te mislukken of met het hoofd tegen de muur te lopen. In Lapland soms wel, maar ook niet altijd. Je wil tenslotte met evenveel teamleden aankomen als je vertrokken bent.

Ons pad was aangeduid met gemarkeerde rotsen. Maar als je van het pad afweek, ontdekte je soms het meest fantastische uitzicht, de ruwste rivierbedding en… het schattigste rendier.

Naar mijn bescheiden mening moet je ook in het leven van alledag van het pad durven afwijken.

Zo gingen we met ons ganse bedrijf, 2000 mensen, eens samen op weekend.

En afgelopen zomer viel ik in het midden van de nacht met drie kilo kersen binnen bij een relatief onbekende, maar erg speciale jongedame met een serieuze waauwfactor.

Los van de uitkomst van beide initiatieven, nu en in de toekomst, blijven het fantastische en memorabele momenten die het leven en het ondernemen, kleur, pit en passie geven. Van het pad afgaan en durven. Ik blijf het af en toe doen.

De zware wandeltochten waren zuiverend voor het hoofd, louterend voor de geest en versterkend voor het lichaam.

Onderweg was het soms stil en waren er soms oorverdovend intense gesprekken. Als leider kan je nooit overal zijn, maar dat is ook niet nodig. Het team redt zich wel.

Wat je wel kan doen is vooraan wijzen op risico’s, achteraan polsen of alles nog onder controle is en halfweg gewoon eens checken of iedereen blij en tevreden is.

Je kan zwijgen en er gewoon zijn, je kan luisteren of zelf advies geven en… je kan Hans Teeuwen imiteren.

Een moderne leider mag en moet mobiel zijn, zowel naar positie, vorm en inhoud. Mobiel leiderschap, ik ben ervoor gewonnen, dankzij een wandeltripje in Lapland! Ook out-of-the-box dus!

rendier
© Shutterstock

Op dag twee van onze expeditie door Lapland kregen we 25 kilometer heuvelachtig parcours voor de kiezen. Met een heftig Ronde van Vlaanderen-weertje, een strakke wind en genoeg regen, was dit het ideale moment om het hoofd leeg te maken, gedachten te ordenen en te mijmeren over heden, verleden en toekomst. En ondertussen blijven stappen, blijven gaan.

Het gebrek aan www-afleiding, de overvloed aan stilte en de adembenemende landschappen zonder auto’s en andere mensen brachten me tot filosofische inzichten over ondernemen. De metaforen vulden mijn notitieboekje.

De wandeling was best heftig. Ik wist nu waarom we absoluut wandelstokken moesten meenemen. De eerste vermoeidheid sloeg toe, maar de goesting overklaste de zware benen.

De aankomst van de dag lag de hele tijd in het zicht, maar bleef ver weg. Les één van de dag: blijf niet teveel focussen op het doel ver weg. Op de weg ernaartoe hebben we ook mooie toppen met fantastische uitzichten gerond. Ook van die tussenstappen moet je durven genieten. Het uitzicht en het gevoel waren er super.

Ons bedrijf telt nu bijna 1000 collega’s, maar je kan er zeker van zijn dat we ook al die andere honderdtallen met trots gevierd hebben.

In Lapland ‘vierden’ we de toppen van de dag met een stukje chocolade, een worstje of een granenreep. Iedereen deelde, iedereen blij.

Les nummer twee: de echte obstakels liggen vaak net voor je voeten. Een losliggende steen, een glad knuppelpad. Om de top ver weg te bereiken, moet je de hindernissen dichtbij overwinnen.

Geen twee zonder drie. Toen we een rivier overstaken, was ik erg voorzichtig. Ik checkte of mijn rugzak nog vastgegespt was en tekende in gedachten het parcours uit.

Op het lichtverende, vlakke knuppelpad daarna ging het vlotter. Ik begon stevig te stappen en zong uit volle borst Will Tura’s Noorderwind mee.

Geloof het of niet: net op dat makkelijk stuk ging ik onderuit. De rendieren moeten raar opgekeken hebben!

Les drie: zelfvertrouwen is positief in het bedrijfsleven, maar op het moment dat je gemakzuchtig wordt, steekt de concurrentie je voorbij of ga je letterlijk of figuurlijk op je bek.

Onze coach bracht tot slot les nummer vier te berde: iedereen valt minstens één keer. Hij had gelijk en ook in ondernemen is het van dattum: niemand rijdt een vlekkeloos parcours. Het is uit de valpartijen dat je leert, ook mentaal.

En zo werd het een zware, maar leerrijke dag. De volgende keer vertel ik jullie hoe een wandeling met zeven geweldige compagnons mij deed nadenken over hoe je elke dag weer je rol van leider moet invullen op de werkvloer.

Zeven ervaren professionals uit het bedrijfsleven verzamelden die zondagochtend op onze nationale luchthaven.

Nobele onbekenden voor elkaar, maar allemaal klaar voor een ongelooflijk avontuur dat hen te voet langs de mooiste plekjes van Lapland zou gidsen. Nooit eerder trokken ze met stapschoenen en wandelstokken de wildernis in.

Eerlijk toegegeven, het was toch een beetje met een bang hartje dat ik daar stond. Zouden die andere groepsleden meevallen? Had ik wel het juiste materiaal gekocht om te gaan trekken? Niet teveel of te weinig eten bij in die zware rugzak?

Kan ik die bergachtige tocht van 100 kilometer wel aan? En ga ik de weg wel vinden daar in de buurt van de poolcirkel? Veel vragen, weinig antwoorden.

Ik vermoed dat mijn reisgezellen ook wel enkele twijfels met me deelden. En zo zie je maar dat zelfs ervaren toppers snel onzeker worden als ze uit hun comfortzone komen.

Je hoeft daar trouwens zelfs niet voor naar Lapland. Als ik in ons eigen bedrijf een andere functie zou bekleden zou ik zelfs nog meer zenuwachtig zijn.

Ik poetsen bij een klant? Ik zou de avond ervoor niet goed slapen. Het zet je vanzelf met de voetjes op de grond. Je bent goed in iets, maar niet in alles.

En het zorgt ervoor dat je altijd respect blijft tonen voor collega’s in andere jobs. Die comfortzone, het is iets vreemds.

De uitspraak van Pipi Langkous: “Denk maar gewoon: ik heb het nog nooit gedaan dus ik denk dat ik het wel kan” klopt niet helemaal. Toen ik vroeger met de chiro op kamp ging, maakten we ook lange trektochten en wisten we vaak de weg vaak niet. Ik heb het ooit al gedaan en toch denk ik nog altijd dat ik het niet kan.

Met de chiro waren we op het einde van de dag uitgelaten en blij als we naast het water in onze waterkit ook een scheut grenadine kregen.

Nu, zoveel jaren later deelden we - na een helse dag vol regen en wind - enthousiast en kinderlijk blij een stukje chocolade, een granenreep en een zakje nootjes. Enkel de korte broek van toen ruilden we in voor een langer exemplaar.

Wat in onze jeugd plezant was, wordt zoveel jaren later iets dat ver buiten onze comfortzone ligt. Iets om over na te denken.

In mijn volgende columns beschrijf ik graag over mijn ervaringen in Lapland. Over het groepsproces, een visie op leidinggeven die me onderweg te binnen schoot en de metaforen die ik ontdekte tussen de tocht en ondernemen in het dagelijkse leven.

De eindconclusie toen we terug op Zaventem arriveerden - tevergeefs wachtend op onze rugzakken- kan ik nu al meegeven. Het was fantastisch, het was fijn, het was zo ongelooflijk schoon. Net zoals toen met de chiro was het top.

Nog iets om over na te denken. We zijn gestopt met iets dat we leuk vonden en na een onderbreking van tientallen jaren vinden we het nog altijd leuk. Je stopt met spelen omdat je ouder wordt? Of je wordt oud omdat je stopt met spelen?

Ik had er graag over gefilosofeerd met de 83-jarige landgenoot die we kruisten. Hij was in zijn uppie onderweg. Maar er was geen tijd. Buiten de comfortzone was het heel plezant maar er moet wel serieus doorgestapt worden.

Je ziet het tegenwoordig in het eersteklassevoetbal. De vetbetaalde vedette warmt zich op langs de zijlijn en krijgt het gezelschap van een trainer. Hij voetbalt al zijn hele leven en verdient astronomisch veel, maar zelfstandig warmlopen, is blijkbaar niet mogelijk. Vreemd? Overdreven?

Het doet me terugdenken aan het bescheiden niveau waarop ik zelf voetbalde. Op donderdag paste de trainer zijn oefenstof al aan in functie van de tegenstrever. Net vóór de wedstrijd, was er vaak een uitgebreide tactische bespreking inclusief scoutingverslag. Tijdens de opwarming fluisterde hij nog wat kleine specifieke en persoonlijke dingetjes in je oor en op de dinsdagtraining volde er een korte nabespreking in groep of individueel. Dat alles terwijl ik maar op provinciaal niveau speelde. Vreemd? Overdreven?

Eigenlijk niet. In al die jaren pikte ik op die manier heel wat op. Elke trainer bracht me iets bij en coachte me op basis van zijn verwachtingen. Zo werd ik elke keer een beetje beter.

Het voetballen is ondertussen verleden tijd, maar de coachingmethodes zijn me wel bijgebleven. Hoewel ze soms redelijk ‘fout’ waren. Op mijn allereerste training met de grote jongens schopte de trainer zo hard tegen mijn achterwerk dat ik al heel snel terug bij mijn vrienden wilde gaan spelen. 

Ik vraag me af of je op de werkvloer even intensief kan coachen, begeleiden, aansturen zoals in het voetbal? En indien ja, zorgt dit dan ook voor betere resultaten? Want daar willen we toch allemaal naartoe!

Het intensief begeleiden van een team op de werkvloer vraagt aanwezigheid, tijd en enthousiasme. Maar heeft de leidinggevende die ruimte wel in zijn agenda? Vaak hebben ook de leidinggevenden een goedgevuld takenpakket en wordt het leidinggeven verwaarloosd of naar de achtergrond verdrongen. 

En dan is er de insteek vanuit de kant van de mensen die aangestuurd worden. Is het wel fijn met een leidinggevende die er zo kort opzit en elke dag weer op verbeteren hamert? Micromanagement in het kwadraat! Haalbaar? Nuttig? En heeft de leidinggevende dan nog tijd voor het breder kader?

Zelfsturende teams zorgen voor een grotere jobvoldoening . Maar wat als het met de jobtevredenheid wel goed zit, maar de resultaten niet volgen? Toch maar intensiever opvolgen en bijsturen?

Het lijkt erop dat de ideale situatie alweer in het compromis zit. Veelvuldig overleg is heilzaam en maakt de verwachtingen duidelijk. Tegelijk is het belangrijk om genoeg zuurstof en ruimte te laten voor de eigen inbreng van het team. Verder is het ook belangrijk om te coachen op maat: de ene heeft net dat tikkeltje meer of minder nodig dan de ander.

Met een doorgedreven, motiverende coaching kan je het verschil maken. Schaven aan elk detail, dat werkt! Een van mijn voetbalcoaches vertelde me ooit dat de spits van de tegenpartij naar de kapper was geweest en er dus anders uitzag dan tijdens de heenwedstrijd. Ietwat overbodige info want deze spits was de enige niet-blanke bij de tegenpartij. De verdediger vroeg voor de zekerheid toch nog maar even met welk rugnummer de man speelde. Hilariteit alom.

Om maar te zeggen, coaching mag ook plezant zijn. Het schoolmeesterachtige is niet meer van de tijd en ook een schop tegen het achterste is passé.

Sinds enige tijd ben ik niet enkel in de dienstencheque-sector actief maar ook in de escape-business. Ik ben mede-eigenaar van twee vestigingen van Escape-rooms. Dat is een teambuildingsspel waarin mensen opgesloten worden en binnen het uur moeten proberen te ontsnappen. Hierdoor heb ik niet enkel een fascinatie voor leidinggeven, maar ook voor kisten, kluizen en kooien.

Soms komen mijn twee fascinaties netjes samen. Ik leg jullie graag uit wat ik hiermee bedoel.

De meeste bedrijven hebben het ondertussen wel door. Het menselijk kapitaal is belangrijker dan wat dan ook binnen een gezond bedrijf. En als je er nog niet van overtuigd bent dat fijne werkomstandigheden voor je collega’s belangrijk zijn voor mooie resultaten, dan drukt de huidige ‘war for talent’ je wel met de neus op de feiten. 

De HR-diensten en directies proberen volop een goede werkplek te creëren. Elke week lees of hoor ik wel ergens geweldig toffe ideetjes om de collega’s te verblijden en de job-omstandigheden te verbeteren. Het ene idee al wat creatiever dan het andere. Top!

Maar loert daar ironisch genoeg ook geen gevaar om de hoek? Bouwen we onbewust niet aan een aantrekkelijke gouden kooi waar het fijn vertoeven is? Want wat te doen als je eigenlijk geen interesse meer hebt in je job en geen uitdagingen. Wat doe je dan? Wat als de randvoorwaarden binnen de job zo mooi zijn uitgebouwd dat het moeilijk loslaten wordt? Dilemma! Want de hypotheek blijft lopen en verandering is altijd lastig! Maar je nog jaren elke dag bezighouden met taken of doelen die je niet meer raken of interesseren, dat lijkt de kortste weg naar je niet meer goed voelen in je vel, naar bore- of burn-out en dergelijke. Daar kunnen geen gezonde sapjes, teambuildings, rimpeldagen of cafetariaplannen tegenop.

Hans en Grietje wilden ontsnappen uit hun kooi, maar andere sprookjesfiguren zouden zich ongetwijfeld tegoed blijven doen aan al dat toegestopte lekkers.

De voorbije jaren zag ik Hans en Grietje ook passeren op de sollicitantenstoel. Ze zochten opnieuw uitdaging, motivatie, ambitie en arbeidsvreugde. Slechts weinigen kon ik overtuigen om voor ons te kiezen. De anciënniteitswedde van de ambtenaar, de verlofregeling van de leerkracht, de blitse bedrijfswagen en dito bonus van de verkoper waren te grote obstakels. Ze konden de stap niet zetten om die achter te laten.

Ik werp hen geen steen toe. Zij hebben ten minste al eens nagedacht over een ontsnappingsroute. Anderen zullen zelfs die stap nooit overwegen. Dat is jammer, want niemand zit te wachten op een collega die enkel blijft omdat hij veel vakantiedagen heeft. En geen enkele persoon verdient het om zijn dagen in totale verveling te slijten en af te tellen tot hij op vakantie kan.

Met het langer werken en een veranderende tijdsgeest moeten bedrijven blijven inzetten op het aangenamer, gezonder en plezanter maken van de werkvloer. Maar tegelijk moeten ze zich ook focussen op een efficiënte en uitdagende organisatie van het takenpakket. Een moeilijke evenwichtsoefening die dialoog vereist, een open en eerlijke communicatie over wederzijdse verwachtingen en ambities, nu en in de toekomst. Delicaat en lastig, maar lastig gaat ook! En datzelfde geldt voor een escape-room, ook al is die zeker niet van goud.

Zoveel jaar geleden wilde ik journalist worden. In de eerste lessen communicatie aan de hogeschool werd het axioma van Watzlawik opgevoerd. Je kan niet niet-communiceren. Het is een van de stelregels die me altijd bijgebleven is.

En nu pakweg twintig jaar later en met enige jaren ervaring als journalist op de teller, ben ik in de sector van de dienstencheques verzeild geraakt. Een van de meest ingrijpende, maar ook positieve wendingen in mijn leven.

Als ik op zaterdagochtend de weekendbijlages van de kranten lees, warme chocolademelk en een rozijnenboterhammetje erbij, moet ik vaststellen dat mijn communicatie-achtergrond meer dan ooit van pas komt. Om de zoveel tijd komen de dienstencheques immers in het oog van de storm terecht. Gelukkig blijkt het meestal een glas water te zijn, maar toch.

Onlangs bijvoorbeeld moest een hoogleraar in een column zo nodig nog maar eens het kostenplaatje van het systeem bovenhalen. De vraagstelling is terecht, maar helaas was zijn column te kort om ook te verwijzen naar de terugverdieneffecten en het bevorderen van het welzijn van klanten en medewerkers. Hiermee plaatste hij een stempel op zoveel hardwerkende bedrijven en collega’s uit de dienstencheque-sector.

Vanaf de zijlijn is het makkelijk om kritisch te zijn over dure sectoren. Ambtenaren, cultuur, onderwijs? Uitkiezen maar! De dienstenchequebedrijven leveren wel meer dan honderdduizend jobs. Bovendien zijn ze het laatste redmiddel van talloze gezinnen om in de ratrace geen burn-out te krijgen en geven ze ouderen de kans om langer thuis te wonen. Verhouding prijs-kwaliteit van het systeem? I rest my case.

Ook een feministische denktank heeft een forum gekregen om de dienstencheque-sector te viseren. De dienstencheques zouden de emancipatie van de vrouw in de weg staan. Misschien ben ik als man te weinig onderlegd in deze problematiek, maar negatieve redeneringen over contracten en jobtevredenheid staan haaks op onze ervaringen. Boem, alweer een negatieve stempel erbij. Misschien toch deze dames eens uitnodigen voor een koffietje om ze wat verhalen uit de echte praktijk diets te maken?

Maar ook de dienstencheque-sector zelf gaat niet vrijuit. Want wat als je communicatiebudget zo groot is dat je het halve land in prime time plat bombardeert met slogans die geen waarheidsgetrouw en genuanceerd beeld ophangen? Ook dat is een gevaarlijke tendens. En zo zorgen we eveneens binnen onze eigen sector voor vreemde stempels.

Natuurlijk is ook deze blog te kort om genuanceerd op elke redenering in te gaan. Ondertussen blijven we vooral hard werken aan de toekomst van onze duurzame en positieve jobs. Het zijn er ondertussen heel veel, maar de getallen zijn onbelangrijk, want wat bovenstaande auteurs vooral vergeten is dat achter alle cijfers en redeneringen vooral mensen zitten, met een individueel en eigen verhaal, soms goed, soms minder goed, en dat is niet samen te vatten in een column, slogan of opiniestuk.

Als Carrefour of Philips een herstructurering aankondigen, zijn we collectief verontwaardigd. Dan gaan we deze groeisector toch niet eigenhandig doen inkrimpen, zeker?

Omdat Watzlawik me is bijgebleven wilde ik absoluut communiceren. Om tussen twee rozijnenboterhammetjes in, een realistisch tegengewicht te bieden. Omdat alle collega’s, en niet enkel die van ons bedrijf, nog eens een positieve en waarderende klok mogen horen en samen met ons heel veel job-trots blijven uitstralen.

Lang leve de dienstencheques!

We moeten allemaal wat meer letten op de work-lifebalance! Natuurlijk, logisch, evident! Het ministerieel ideetje om afspraken te maken rond het gebruik van de alomtegenwoordige mailbox is dan ook zeker goed bedoeld. Gezondheid, fysiek en mentaal, is en blijf het belangrijkste goed. Maar gaan we in deze denkpiste dan toch niet teveel uit van het slechte dat het werk met zich meebrengt?

Als je spreekt over een balans tussen werken en leven impliceert dat in de eerste plaats dat je job eigenlijk vooral niet-leven is. Dat het leven pas begint als bij wijze van spreken de fabriekssirene schalt. Een harde noot om te kraken want per slot van rekening slijt je toch wel heel wat uren, dagen, jaren tussen je collega’s en leidinggevenden. Hoog tijd om van job te veranderen dus?

We moeten wel toegeven dat we allemaal wel een beetje slaaf zijn geworden van onze inbox. Een beperking mag dan zeker bespreekbaar zijn, behalve als we eind december nog snel even online de cadeautjes bestellen en die ’s anderendaags geleverd willen zien worden. De ontvangers van dat soort mails werken hopelijk nog wel door.

Het werk niet kunnen loslaten kan voor verstrekkende gevolgen zorgen. Dat merken we elke dag weer in de verzuimcijfers, in verkeersagressie, in het stijgend aantal echtscheidingen. Maar ’s avonds nog even een vriendelijk mailtje naar een collega met een antwoord op zijn vraag, kan ook voor een positieve noot zorgen op de werkvloer toch?

En worden we allemaal echt meer zen als we de werk-inbox uitschakelen maar daarnaast duchtig slaaf blijven van een handvol socialmediaprofielen? Ook daar weer gaan we uit van de veronderstelling dat werk slecht is en alles daarnaast best ok.

Vanuit werkgeverskant wordt er ondertussen naarstig werk gemaakt van het wendbaarder en aangenamer maken van de job. Vers fruit, yoga-sessies, verse soep, gezonde noten, happy hours, stilte- en sporturen, rechtstaand werken, noem maar op. Mooie initiatieven en het kan zeker nog beter. Maar dit gebeurt zijdelings aan het fenomeen dat velen elke dag weer, jaar na jaar, hun stuur kapot bijten in de dagelijkse files. Daar kan geen notenmix tegenop, echt niet!

Het masterplan van ieder an sich ontbreekt vaak. In tijden van melige kerst-tijden is het weer het ideale moment voor reflectie en goede voornemens. Welke keuzes maken we in 2018? Kiezen we voor de autostrade of de fiets? Voor gezonde noten en mindfulness of de adrenaline-kick van het groots project? Of voor de juiste gezonde mix op maat?

Om het met een muzikale noot te zeggen, choose your future, choose life… and wear sunscreen!

Geen betere manier om mensen op stang te jagen als het aankondigen van ingrijpende veranderingen. Je kan me bezwaarlijk een fan van het verleden noemen. Ik roep het nog net niet schreeuwerig uit en met gebalde vuist zoals Stijn Meuris in zijn song ‘Vroegerhater’, maar ik ben er wel van overtuigd dat verandering de weg naar beter is.

Tegenwoordig hoor je in voetbalkleedkamers pompende beats en zorgen veelkleurige felle voetbalschoenen voor de lichteffecten. Dan schud ik meewarig het hoofd. Is dit nu een gedegen wedstrijdvoorbereiding? Zijn die schoenen er nu echt niet een beetje over? 

Maar was het vroeger beter? Halverwege de jaren negentig zaten we ons meer dan een uur lang te vervelen in die duffe voetbalkleedkamer. Met een half oor luisterend naar tactieken, scoutingsverslagen, peptalk. Ondertussen om de verveling tegen te gaan die voetbalschoenen nog maar eens invetten, opblinken.

Neen, dan lijkt de sfeer me tegenwoordig heel wat aangenamer en de beats pompen de motivatie best wel op. Bijkomend voordeel is dat je die kunststof-schoenen niet moet invetten, trouwens.

Hetzelfde op kantoor. De mailserver bezorgt ons af en toe een portie spam, hapert weleens, net zoals het software-pakket. Maar of we terug zouden willen naar de fax of erger nog: de fichebak? Neen, dat nu ook weer niet.

Als we dan toch allemaal het idee koesteren dat verandering ons naar iets beter leidt, wat maakt dan dat we collectief gaan steigeren als er veranderingen worden aangekondigd?

Om te beginnen hebben we het niet voor veranderen om te veranderen. Een fout die nieuwe managers, directeurs en ja: ook voetbaltrainers of het nieuwe lief weleens plachten te maken. Ze willen zich bewijzen, hun stempel drukken. Geen goed idee, me dunkt. Eerst analyseren wat goed loopt en dan aanpassen wat beter kan. Ja toch?

En we willen weten waarom er veranderd wordt. De juiste uitleg over het waarom, het grote ‘why’. Als je dat vraagstuk kan toelichten, is de weerstand al voor een groot stuk verdwenen. Zeker als je het vooropgestelde doel duidelijk kan omschrijven. Als je daarin bijkomend nog eens vermeldt wat de voordelen voor de betrokkenen zijn, de ‘what’s in it for me?’, schakel je van weerstand misschien zelfs al naar voorzichtig enthousiasme. Focus op het doel en verbloem het lastige parcours ernaartoe zeker niet. Het parcours naar de top is nooit bergaf.

Extra tips om verandering op een adequate manier door te voeren zijn inspraak en timing. Door zoveel mogelijk input te vragen, creëer je betrokkenheid. Grote kans dat je eigen ideeën overeenkomen met wat een aantal mensen uit het werkveld ondervinden. Of dat zou toch moeten. Valkuil is hier de timing. Te snel te grote veranderingen willen doorvoeren verhoogt de weerstand, maar in deze snelle economische tijden kan je het je ook niet veroorloven om pakweg een paar maanden over een webshop te palaveren. 

En zo blijft verandering en vooral de communicatie errond een belangrijk onderdeel van het succes in een hedendaagse onderneming. Zij die overblijven zijn niet altijd de sterksten, maar diegene die zich het best aan verandering aanpassen. Verandering is de enige constante om er even wat clichés tegenaan te gooien.

Na deze overpeinzingen blijf ik ongelooflijk benieuwd naar hoe een voetbalkleedkamer en onze kantoren er binnen tien jaar uitzien. Je leest het in deze blog in 2027! Of dit e-zine zou ook veranderd moeten zijn, natuurlijk.